Het studieprogramma

De driejarige bachelor bestaat uit twee delen: de major en de profileringsruimte (minor). In de major, die het overgrote deel van de opleiding uitmaakt (165 ECTS), zijn alle verplichte vakken opgenomen. In de profileringsruimte (15 ECTS) kun je enkele vakken volgen die passen bij jouw specifieke interesses en ambities.

  • In het eerste jaar wordt de basiskennis op universitair peil gebracht. De student volgt vakken als "inleiding in de diergeneeskunde", "celbiologie" (bestudering van de cellen waar een dier uit is opgebouwd), histologie, embryologie, "bouw & functie", biochemie, "methode & statistiek", en genetica. De basis van de statistische verwerking van gegevens van het veterinair onderzoek wordt geleerd. Ook komen algemene begrippen rond ethologie, ethiek en dierenwelzijn ter sprake. Bij de "bouw & functie"-vakken (7 in totaal) komen steeds de anatomie en fysiologie van een bepaald orgaansysteem aan de orde.
  • In het tweede jaar volgt de student vakken als (topografische) anatomie, "bouw & functie, teelt, infectiebiologie, immunologie, pathologie en pathofysiologie. Ook komen de basisprincipes van de farmacologie aan bod. Verder wordt aandacht besteed aan management en praktijkvoering.
  • In het derde jaar volgt de student vakken als diagnostiek, ziekteleer, farmacotherapie. Daarnaast wordt dieper ingegaan op onderzoekstechnieken. Bij het vak ziekteleer verwerft de student onder andere inzicht in de verschillende ziekteverwekkers (bacteriologie, virologie, parasitologie, mycologie, de diervoeding, de genetica, de immunologie en de hygiëne van de huisdieren.
  • In het vierde jaar volgt de student vakken als "veterinaire volksgezondheid", "verloskunde", "anesthesiologie", "diergeneeskunde en samenleving" naast de klinische lessen. Als de student de eerste vier jaar van de studie goed heeft afgerond, ontvangt hij het doctoraaldiploma Diergeneeskunde. Indien er een gemiddelde is gehaald van een acht of hoger met een maximum van drie zevens wordt hieraan de graad 'cum laude' toegekend, voor de graad 'met genoegen' is het behalen van een gemiddelde van een zeven of hoger met een maximum van drie zessen afdoende.
  • Het vijfde en zesde jaar van de studie zijn met name praktisch gericht. In het vijfde jaar doet de student een onderzoeksstage en loopt hij uniforme coschappen. In het zesde jaar loopt de student gedifferentieerde co-schappen, waarbij hij zich verder ontwikkelt in de diergeneeskunde voor een bepaalde diersoort of groep diersoorten. Binnen de differentiatiecoschappen heeft de student (inmiddels co-assistent) vaak nog wel keuzemogelijkheden. Voor de diersoorten waarin hij zich niet differentieert, kan hij als dierenarts de eerste (spoedeisende) opvang verzorgen. Pas na afronding van het 6e leerjaar ontvangt de student een dierenartsdiploma. Daarna wordt er vaak praktijkervaring opgedaan onder begeleiding van een volleerd dierenarts in zijn/haar kliniek. Een volleerd dierenarts verdiend gemiddeld zo’n 3000 euro per maand.